Ik liep in gedachten, zonder goed op de omgeving te letten.
Ho, pas op, hoorde ik.
Ik keek om me heen, maar zag niemand.
Weer voor me uitkijkend, zag ik op 3 meter een slang voor me.
De kop opgericht en hij maakt een buiging.
Mag ik me voorstellen? vroeg hij.
Ik ben eigenlijk een waterslang.
Tijdens een storm ben ik de weg kwijtgeraakt en
ben ik een heel eind van de zee af aan wal gekomen.
Nu ben ik een akkerslang.
Met open mond kijk en luister ik naar de slang. Dit kan niet.

Wat is een akkerslang, vraag ik. Terwijl ik toch weet dat slangen geen gehoor hebben…
Een akkerslang is een slang die zich in leven houdt op akkers, veel spannender kan ik het niet maken, zei de slang. Eigenlijk ben ik een slootslang, maar dat klinkt zo beroerd… Akkerslang klinkt beter.
Ik ben te verbaasd om de grappen van de slang tot me door te laten klinken.
Hoe hebt u leren spreken en hoe kunt u mij verstaan?
Dat is een lang verhaal, zei de slang, maar er zijn nu belangrijker zaken aan de orde.
Ik zit hier vast en ik moet terug naar zee. U kunt mij helpen door mij naar de Schelde te brengen.
Maar hoe moet ik dat doen? Ik ben al bang om een marmotje aan te raken, laat staan dat ik een slang ga vervoeren…
Nog voordat ik dit allemaal heb uitgesproken en uitgelegd, zegt de akkerslang dat hij daar al over heeft nagedacht. Hij vraagt of ik een lege plastic zak heb in die rugzak. Ja die heb ik wel.
Als we daar nou water in doen…..

Hoewel we een absurd gesprek voeren, ontgaat me niet het komische van zijn suggestie dat ‘we’ water in die plastic zak gaan doen…
Ja, stel dat ik daar water in doe…..
Nou, dan kruip ik in die plastic zak en dan brengt u me naar de Schelde, die is hier 2 km vandaan.
Kunt u niet zelf naar de Schelde kruipen?
Het probleem is dat ik als waterslang niet zo heel lang zonder water kan.
Mooi is dat, roep ik uit.
Ik haal een flinke plastic zak uit mijn rugzak en vul die met water uit de sloot. Ik houd de plastic zak open en de slang kruipt er in. De zak is nu flink zwaarder, ik hoop maar dat het houdt…
Terwijl ik loop zijn we stil. Ik probeer de slang zo dicht mogelijk bij het water van de Schelde zijn vrijheid terug te geven…. Voor ik het weet is hij verdwenen. Hij komt nog even boven water met zijn kop en maakt weer een buiging. Ik buig terug, en hij verdwijnt in het diepe…

Het schiet meteen door mijn hoofd dat ik dit nooit uitgelegd krijg, aan niemand niet.
Dus ik heb het hier nu 1 keer verteld, en hierna heb ik het er nooit meer over, alsof het niet gebeurd is. Okay, laat dat duidelijk zijn.